Kunstmatige inseminatie in de duivensport - deel 1 - Falco Ebben

Kunstmatige inseminatie in de duivensport - deel 1 door Falco Ebben

donderdag 13 april 2017

Onlangs heb ik een zeer interessante en leerzame ontmoeting gehad met een kustmatige inseminatie (KI)-deskundige. François Bernar uit het Belgische (Merelbeke) Messelbroek is van beroep natuurinspecteur en een echte fanaticus als het op KI en het invriezen van vogelsperma aankomt. Hij was bereid om ons een inkijk in KI te geven. 

Hij wil hiermee naar eigen zeggen KI uit de ‘duistere sfeer’ halen. Er wordt namelijk nogal wat onzin verkocht over deze materie, zelfs door mensen die er zelf met hun vogels gebruik van maken. Die laatste groep wil daarmee koste wat het kost voorkomen dat anderen er ook gebruik van maken, met behulp van KI kun je namelijk wel degelijk prestaties naar een hoger niveau tillen. Zeker in de duivensport.



François Bernar haalt duivensperma uit een stikstoftank.

François houdt zich al een jaar of tien bezig met KI. In al die jaren heeft hij duizenden malen sperma afgenomen bij allerlei soorten vogels, waaronder heel zeldzame soorten. Hij heeft zo een schat aan praktijkervaring opgedaan. Bij hem staat alles in het teken van de wetenschap, het is een uit de hand gelopen hobby.
 
Hij begon met zijn eigen vogels, fazantachtigen, maar het nadeel van deze dieren was dat ze maar enkele maanden per jaar zaad produceerden. Om te kunnen blijven oefenen en leren op het invriezen van sperma moest er een soort komen die waarbij het hele jaar zaadafname mogelijk was en daarvoor bleken duiven heel geschikt. Zes jaar geleden kreeg hij zijn eerste duiven waarmee hij kon experimenteren. Doffers die eigenlijk bedoeld waren voor de slacht, maar nu - in het belang van de wetenschap - een goed onderkomen hebben gevonden in Messelbroek. Dankzij deze bonte en rosse doffers heeft Francois heel veel kennis opgedaan.
 
In de veehouderij
 
Voor het fokken van koeien en varkens in de vlees- en melkindustrie wordt bijna uitsluitend met kunstmatige inseminatie gewerkt. Slechts weinig bedrijven houden zelf mannelijke dieren. Speciale bedrijven zijn gericht op het houden van stieren en beren met zeer goede kwaliteiten; deze bedrijven zorgen dan voor de kunstmatige inseminatie bij veel boerderijen. Ook in de paardenfokkerij, pluimveefokkerij en bijenhouderij wordt kunstmatige inseminatie veelvuldig toegepast.

Voordelen van kunstmatige inseminatie in het algemeen zijn onder meer, dat de kans op overdracht van seksueel overdraagbare ziekten verminderd wordt, dat men het sperma van goede fokdieren bovendien kan verdunnen (en hierdoor meer vrouwelijke dieren kan bevruchten) en dat er geen geografische belemmeringen meer zijn om aan het sperma van een goed fokdier te komen. Bovendien kan sperma ingevroren worden zodat zelfs na het overlijden van het dier nog sperma beschikbaar blijft.
Nadelen zijn vermindering van de diversiteit, waardoor de kans op genetische ziekten vergroot wordt. De mannelijke dieren moeten dan ook met zorg worden geselecteerd.

In 1935 werd in Nederland het eerste KI-kalf ter wereld geboren. Wanneer de eerste KI-duif is geboren, is mij onbekend. maar het is inmiddels zo’n vijftien jaar geleden dat Kunstmatige inseminatie (KI) in de duivensport op grotere schaal werd toegepast. Met name de Belgische dierenarts Ferdi Vandersanden uit Lanaken (samen met zijn compagnon Harry Geurts) was een echte pionier in die tijd.



Beoordelen van het sperma met behulp van een microscoop.
 
Super KI-duiven

Er zijn in onze sport meerdere manieren om op een korte tijd veel jongen van een doffer te kweken. Hengstenkweek wordt al tientallen jaren toegepast, al wordt er tegenwoordig veel minder gebruik van gemaakt dan vroeger. Heel veel goeds heeft het dan ook niet gegeven. De doffers worden met deze kweekmethode letterlijk ‘uitgeperst’ waardoor de spermakwaliteit en kwantiteit drastisch vermindert.

Bij KI deden de verhalen dat het niets zou opleveren ook al snel de ronde, nog steeds overigens. Veel mensen scheren het over één kam met hengstenkweek, maar het is absoluut niet te vergelijken. Verhalen dat het slecht zou zijn voor de duiven werden al snel weerlegd door praktijkvoorbeelden die het tegendeel bewezen.

Ik was ongeveer tien jaar geleden op het hok bij Jos Thoné uit Niel-bij-As (België), destijds was één van zijn beste duiven de BE03-5071667 die de toepasselijke naam ‘Artificial Jutta’ kreeg. Deze duivin werd 1e Internationale asduif in 2004 (West Europese Landen Cup) en won onder meer 2e Nationaal Vichy tegen 11.510 duiven. Ze werd geboren met behulp van KI. In 2007 stond er weer een duif die geboren werd uit KI in de picture, ditmaal in Nederland. Combinatie Geenen-Peters uit Maastricht won de 1e Nationaal Blois tegen maar liefst 71.450 duiven met een duivin die ze hadden gekregen van Ferdi Vandersanden.

Inmiddels houden steeds meer duivensporters zich met KI bezig. Een bekend voorbeeld is Gaby Vandenabeele uit Dentergem die er geen geheim van maakt dat de meeste jongen die geboren werden uit zijn legendarische ‘Bliksem’ (en thans van zijn ‘Rudi’) zijn geboren door een kunstmatige bevruchting. Ook hij is heel enthousiast over KI en zegt dat veel jongen middels kunstmatige bevruchting zijn geboren vaak zelfs mooier zijn dan natuurlijk gekweekte jongen.
 
Veel meer rendement

Veel commerciële liefhebbers houden hun eigen gebruik van KI liever geheim. Als bekend wordt dat er met behulp van KI wordt gekweekt loopt men het risico dat de duiven minder goed in de markt komen te liggen. Immers, je kunt een heleboel jongen extra van een doffer kweken.
 
François: “Wat veel liefhebbers niet beseffen is dat plusminus zeventig procent van de mogelijkheden om te kweken van superdoffers niet benut worden. Puur zakelijk gezien zou je een superdoffer geen eieren of jongen moeten laten uitbroeden en grootbrengen. Doffers apart zetten en tweemaal per week sperma afnemen, en hiermee duivinnen bevruchten of het sperma invriezen is een (andere) professionelere manier dan de gebruikelijke manier. Zuiver theoretisch gezien betekent elke kweekronde van een doffer een verlies van circa twaalf sperma afnames, dit is gemiddeld  een verlies van ongeveer vijftig en meer jongen, of een verlies van plusminus vijftig ingevroren rietjes, elk rietje is om één duivin te bevruchten. Dit is puur theoretisch, maar wél mogelijk. Het is afhankelijk van, zoals altijd, het volume en de kwaliteit van het sperma.”
 
In mijn volgende bijdrage ga ik proberen uit te leggen hoe KI in zijn werk gaat en gaan we dieper op deze interessante materie in.
 
Falco Ebben, 2015

<< Terug

One Loft Racing World League Coolbird, alles voor je duiven Rohnfried Wonderpigeon Uw advertentie hier?

Laatste biedingen

Geen biedingen gevonden

Een losplaats aanpassen vanwege de windrichting moet niet mogen.

Stand na 223 stemmen:

Eens. (156) 70%
Oneens. (63) 28%
Weet niet/geen mening. (4) 2%

Archief