Zijn snelle postduiven ook winnende duiven? - Linus

Zijn snelle postduiven ook winnende duiven? door Linus

maandag 4 april 2016

De postduivensport kent wedvluchten (wedstrijden) waarbij de duif die de hoogste snelheid vliegt de winnaar wordt. Maar ten onrechte wordt vaak gedacht dat de snelste duiven de winnaar worden. Dit is een groot misverstand. Duivensport gaat over veel meer dan snelheid. Het gaat ook over de conditie, de voorbereiding op een wedvlucht, motivatie, het binnenkomen, karakter en vooral over oriëntatievermogen van de duiven. Het is de combinatie van deze factoren die een duif tot een topduif kunnen maken. Met alleen snel vliegen wordt een duif geen winnaar.

De afstanden

Bij duivenwedstrijden, veelal wedvluchten genoemd, hebben de deelnemers allemaal verschillende afstanden tot de losplaats waar de duiven centraal en gelijktijdig gelost worden. Het duivenhok op de kortste afstand van de losplaats zou in het voordeel zijn als het er om gaat welke duif het eerste thuis is. Maar daar gaat het niet om. Om eerste te worden moet een duif de hoogste snelheid vliegen ten opzichte van de concurrentie. Deze snelheid wordt uitgedrukt in het aantal meters per minuut die een duif gevlogen heeft. Zo staat 1.000 meter per minuut gelijk aan een gemiddelde snelheid van 60 km per uur. Bij langere afstanden en tegenwind is 1.000 meter per minuut een realistische snelheid. Met een stevig windje mee worden snelheden bereikt van 2.000 meter per minuut oftewel 120 km per uur. De afstanden van de losplaats naar de individuele duivenhokken worden berekend met coördinaten die via een GPS systeem worden vastgesteld.



© PigeonPixels

Het karakter

De voorvader van de postduif is de rotsduif. Deze soort die in Azië, Afrika en Europa voorkomt heeft een voorkeur voor een biotoop met kusten en zeekliffen en hoge rivieroevers. Ze leven in groepen en het voer wordt vaak gezocht ver van de broedplaatsen. Ze beschikken daarom over een goed oriëntatievermogen en zijn sociaal. Met weinig moeite zijn postduiven handtam te maken. Het sociaal gedrag uit zich onder meer in het gezamenlijk vliegen. Iedereen kent wel het beeld van een groep duiven die boven de stad of dorp rondjes trekken boven hun duivenhok. Dit groepsgedrag moeten de duiven kunnen doorbreken. Als op een wedvlucht de duiven naar hun duivenhok terugvliegen, doen ze dat eerst in een grote groep die na enige tijd uiteenvalt in kleinere groepen. Maar in die groepen zitten duiven die ieder naar een andere plek moeten binnen een bepaalde regio. Door steeds met elkaar mee te vliegen zijn er vele duiven die van hun rechte lijn naar het thuishok afwijken. Duiven die een dergelijke groep verlaten en individueel de richting kiezen van het thuishok zijn duiven die een kortere afstand vliegen en daarmee tijdwinst boeken op de concurrenten.
 

Conditie

Een goede conditie van de duiven is niet alleen in het belang van de inspanningen die duiven moeten leveren op een wedvlucht. Deze inspanningen vallen in de regel wel mee. Voor een duif is vliegen net zo normaal als het lopen van mensen. Alleen bij lange wandelingen en voor de duiven bij langere wedvluchten gaat de conditie wel een belangrijke rol spelen. Maar conditie is meer dan alleen dan alleen uithoudingsvermogen. Het is bij duiven niet veel anders dan bij mensen. Een goede conditie uit zich niet alleen op fysieke inspanningen, maar ook op alle andere levensverrichtingen zoals alert zijn, motivatie, wilskracht, enzovoort.
 

Voorbereiding

Ook de voorbereiding op wedvluchten is een belangrijke factor om in de top te kunnen vliegen. De duiven dienen dagelijks hun trainingsvluchten om het huis te kunnen maken. De dag na een wedvlucht mag men ze rust geven en niet te schraal te voeren. Twee dagen voor de wedvlucht dient men zorg te dragen dat de duiven voldoende vetten eten. Het gemakkelijkste kan dat door op deze dag na de laatste voerbeurt een mengeling van gepelde zonnebloempitten en hennepzaden te geven en wel zoveel ze lusten. Op korte vluchten tot 250 kilometer is dat minder noodzakelijk als de duiven de wind niet tegen hebben. Bij tegenwind zijn wat extra vetten ook op korte vluchten niet overbodig omdat een duif bij vliegactiviteiten al redelijk snel overgaat van het verbranden van suikers naar het verbranden van vetten die dan worden omgezet naar suikers. Een vetreserve zorgt dan voor voldoende brandstof.

Motivatie

Een duif die ergens gelost wordt moet naar huis willen, of dat nu van 50 of 500 kilometer van zijn thuishok is. Die drijfveer is bij alle geloste duiven aanwezig, maar de mate waarin deze aandrift aanwezig is kan verschillen. Deze innerlijke drijfveer is van belang omdat die het verschil kan maken of een duif zich uit een groep duiven tijdig los zal maken om alleen de koers naar het thuishok te kiezen. Ook zal de gedrevenheid zorgen voor een hogere snelheid. Bij thuiskomst zullen deze duiven ook sneller het hok binnenlopen waardoor ze ook sneller, veelal elektronisch, geconstateerd kunnen worden. De motivatie kan versterkt worden door zorg te dragen dat de duiven op het hok ieder een eigen plek hebben. Daarvoor moeten voldoende zitgelegenheden in het hok aanbrengen, altijd enkele meer dan er duiven op het hok zitten. Daarbij is het van belang de bovenzijde van het hok optimaal te benutten omdat duiven een voorkeur hebben voor een hogere zitplek.

Binnenkomen

Zeker op kortere vluchten is het van belang dat de duiven bij thuiskomst na de vlucht direct naar binnengaan. Blijven ze op het dak zitten of vliegen ze nog enkele rondjes dan gaan daarmee kostbare seconden verloren. Onmiddellijk het hok in gaan kan het verschil maken tussen winnen of verliezen. Men moet te beginnen bij de jonge duiven al aan gaan leren dat ze na het vliegen direct naar binnen gaan. Dat kan men het beste doen door ze in de ochtend los te laten zonder dat ze gevoerd zijn. De avond van te voren ook niet te veel voer geven. Als de duiven terugkomen worden ze naar binnengeroepen waar ze voer krijgen. Voor de duiven die binnenkomen, staat het voer klaar. De duiven die pas later naar binnenkomen worden niet gevoerd. Na enkele dagen dit consequent vol te houden krijgt men duiven die luisteren en dat is wel zo prettig en niet alleen bij de wedvluchten.

Oriëntatievermogen

Hoe snel een duif ook vliegt, het zal weinig helpen als de duif niet de juiste koers naar zijn thuishok kiest. Duivensport is veel meer een oriëntatiesport dan een snelheidssport. Duiven die zich al snel van de groep durven los te maken en in de goede richting navigeren, die gemotiveerd zijn om naar huis te gaan en niet dralen bij het binnenkomen zijn duiven die in de top mee kunnen vliegen. De eigenaar van de duiven moet er dan bovendien voor zorgen dat de duiven thuis goed trainen en via een juiste voeding goed voorbereid aan de wedvlucht kunnen starten.

© Tekst: Linus

Voor meer intertessante artikelen van deze schrijver, bezoek zijn pagina.

<< Terug

Rohnfried Coolbird, alles voor je duiven One Loft Racing World League Uw advertentie hier?

Laatste biedingen

Geen biedingen gevonden

Een losplaats aanpassen vanwege de windrichting moet niet mogen.

Stand na 368 stemmen:

Eens. (269) 73%
Oneens. (94) 26%
Weet niet/geen mening. (5) 1%

Archief