In gesprek met Dr. MariŽn deel 5 en slot Ė raadselachtige verliezen met jongen - Toni van Ravenstein

In gesprek met Dr. MariŽn deel 5 en slot Ė raadselachtige verliezen met jongen door Toni van Ravenstein

donderdag 30 maart 2017

Terwijl wij in Duitsland pas in augustus met het jonge-duivenspel beginnen is het seizoen voor de junioren in België reeds in volle gang. Half mei worden bij jullie de eerste klokvluchten al vervlogen. Hoe is het seizoen tot op heden verlopen?
 

Sinds vijf, zes jaar stapelen de klachten zich over de verliezen op de eerste trainingsvluchten op. Verliezen met jonge duiven zijn van alle tijden, maar niet in die mate zoals deze vandaag de dag. Vroeger waren het altijd dezelfde liefhebbers die duiven verloren. Tegenwoordig klagen ook topspelers in niet geringe mate over grote verliezen. Verliezen onder jonge duiven, die een goede basisgezondheid bezaten en bij het beste weer gelapt werden. Geen mens heeft een verklaring daarvoor, ik ook niet, hoogstens een vermoeden.

Ik weet slechts dit: er is iets wat de jonge duiven in hun oriëntatie vermogen stoort zodat ze de weg naar huis niet of enkel via een omweg vinden. Jongen die vroeger van de opleervluchten snel terugkeerden hebben er vandaag de dag vaak uren of de hele dag voor nodig, en dat onder de beste weersomstandigheden en terwijl ze in een optimale conditie verkeerden.
Ook imkers klagen, zoals ik laatst in een Belgisch dagblad las, over het verdwijnen van hele bijenvolken. Onder de imkers heeft zich de term 'verdwijningsziekte’ gevormd voor dit onverklaarbare fenomeen, waarbij de bijen de weg naar de korf niet meer terug kunnen vinden.

Wat is volgens jou een vermoedelijke oorzaak van de verliezen?
 
Ik vermoed dat de sterk veranderende milieu daarbij een rol speelt. Dat is een vermoeden, welke ik niet kan bewijzen. Omdat we ook niet niet genoeg weten over het functioneren van het oriënteringsvermogen van een duif, kunnen we niet aannemen, maar ook niet uitsluiten, dat straling en radiogolven welke door moderne communicatiemiddelen gegenereerd worden, het oriëntatie vermogen op enigerlei wijze beïnvloeden. In het eerdergenoemde rapport over de bijen wees het onderzoek ook in die richting.

Als we aannemen dat dit de oorzaak is, wat kunnen we er dan aan doen?
 
Aan het milieu kunnen we niets veranderen. Daarom hoop ik dat onze duiven met de tijd leren om met de veranderende omstandigheden beter om te gaan. Misschien kunnen we door selectie en selectief te kweken in de loop der jaren een aangepaste duivenstam kweken. Anderzijds kunnen slimmere strategieën in de trainingsfase van nut zijn. Godzijdank is het zo dat de jongen na het doorlopen van een leerproces duidelijk aan zelfvertrouwen winnen waarna de verliezen snel afnemen. Nadat ze drie- tot viermaal in de wagen hebben gezeten en samen met vele anderen zijn gelost, dan verlopen de vluchten daarna bij goed weer gemakkelijk en zonder verliezen. Meer dan ooit is tegenwoordig een vroege en grondige opleiding van jonge duiven noodzakelijk. Echter, veel liefhebbers hebben nog niet begrepen dat het milieu is veranderd en dat je niet zo kan handelen als twintig jaar geleden.
Vroeger werd een duif zonder enige training door de liefhebber zo op een opleervlucht van de kring gespeeld. Wie dat vandaag de dag doet kan voor een flinke verrassing komen te staan. Dat geldt in ieder geval voor diegenen waarbij de jongen zichzelf niet hebben getraind, die geen lange verkenningsvluchten maakten en niet wegtrokken. Wanneer ze dat wel deden en dan individueel of in kleine groepen terugkeerden zal dat niet zo snel gebeuren.

Maar waar vliegen de duiven nog zo als vroeger normaal was? Waar trekken ze nog weg zoals ze dat vroeger deden? Dit normale gedrag voor jonge duiven wordt steeds zeldzamer. Dit constateer ik de laatste jaren ook op eigen hok, maar ook andere liefhebbers hebben deze ervaringen. Het lijkt wel een gebrek aan zelfvertrouwen bij de jongen. Het lijkt wel of ze bang zijn zich uit het zicht van het hok te begeven, omdat ze dan de weg niet terugvinden.
 
Een ander fenomeen is dat de verliezen in bepaalde gebieden veel groter zijn dan in andere gebieden. Ik kan gebieden noemen, waar de verliezen al jaren significant hoger zijn dan in andere streken. Bijvoorbeeld in het Nederlandse Oost-Brabant. Ook zijn er losplaatsen die door liefhebbers gemeden worden, omdat er veel slechte ervaringen zijn geweest wanneer er jongen werden gelost. Liefhebbers in mijn regio mijden bijvoorbeeld sinds enige jaren Halle. Het is nog geen 75 kilometer, maar vaak verliepen vluchten desastreus. Men doet hier liever gelijk mee op Quievrain wat 45 kilometer verder is.
 
In België verduisteren jullie. De meesten doen dat tot half juni. Dat betekent, dat ze nog verduisterd worden als ze voor het eerst in de mand moeten. Kan het verduisteren geen oorzaak zijn van de verliezen?

 
Dat geloof ik niet. Naast de meerderheid die verduistert, zijn er ook nog liefhebbers die dat niet doen. En ook deze liefhebbers hoor ik klagen over verliezen. Na de problemen op de eerste vluchten waarover we eerder spraken, verlopen de vluchten gewoon goed. Ook in de periode dat nog verduisterd wordt. Ook in andere landen zijn er onverklaarbaar grote verliezen, ook waar niet of zeer weinig wordt verduisterd.
 
Is er wellicht een relatie tot de zogenaamde jonge-duivenziekte?  Er zijn toch wat zaken die daarop wijzen. De jonge-duivenziekten hebben we sinds enige jaren, rond dezelfde tijd namen ook de verliezen met de jongen toe. Geïnfecteerde, maar nog niet zichtbaar zieke dieren, komen in de mand. Ze zijn niet op volle krachten en trekken de reis naar huis niet.

Natuurlijk blijven jongen weg wanneer de gezondheid niet 100% is. Bij een deel van de verliezen zal dit de oorzaak zijn. Daarbij denk ik echter eerder aan problemen met de luchtwegen dan aan zogenaamde jonge-duivenziekte. De symptomen daarvan kent intussen iedereen: geen eetlust, braken, slechte mest... Zulke duiven stopt niemand in de mand.  Wat mogelijk wel gebeurt is dat duiven die ziek waren, te vroeg weer gespeeld worden. Men moet wachten tot ze weer op volle krachten zijn en goed trainen.
 
Nee, met gezondheidsproblemen, verduisteren of een gebrekkige verzorging kunnen de hoge verliezen niet worden verklaard, aangezien ook liefhebbers die alles tot in perfectie regelen en hun jongen tiptop verzorgen ook te maken hebben met verliezen.
De zaken die je noemt kunnen de terugkeer negatief beïnvloeden, maar niet in de mate waarin dat tegenwoordig gebeurt. Er moet iets in de lucht zijn, wat de jongen verstoort en hun oriëntatie verhindert.

Wat kunnen we eraan doen?
 
Dezelfde basisprincipes als vroeger gelden natuurlijk nog steeds. Wanneer men de jongen in de mand zet om ze te trainen, moeten ze gezond en oud genoeg zijn en ze moeten de omgeving door verkenningsvluchten hebben leren kennen.
De gezondheidstoestand kan een ervaren liefhebber door eigen observaties beoordelen. Wanneer er twijfel bestaat, kan een dierenarts om raad worden gevraagd. Naar mijn mening moeten de jongen minstens vier maanden oud zijn voordat ze in de mand kunnen voor een opleervlucht.

Zoals hierboven vermeld hopen de klachten zich op dat de jongen niet wegtrekken . Bij een aantal mensen zitten ze enkel op het dak en willen ze nog niet eens om het hok vliegen. Voor dit atypische gedrag heb ik geen verklaring. Wel weet ik: liefhebbers die dit op hun beloop laten krijgen later grote problemen en zullen veel van hun jongen verliezen. Wanneer de jongen zes weken oud zijn moeten ze vliegen of je moet ze dwingen te vliegen door bijvoorbeeld een bal in de lucht te gooien. Wat zich niet laat dwingen is het zogenaamde wegtrekken van de jongen. Jongen in topconditie trekken eerder weg als andere, die slecht gevoed worden of met een infectie te kampen hebben.
Of ze nu wegtrekken of niet, op een leeftijd van vier maanden moet men de jongen af gaan richten. Hoe minder ze wegtrekken, hoe voorzichtiger men te werk moet gaan en daardoor moet er ook meer werk van het africhten worden gemaakt. Veel lossingen van dichtbij, eerst de hele groep en dan mand voor mand. Ook met meerdere andere liefhebbers samen opleren is belangrijk, zo leren de duiven zich los te maken van het koppel.
Maar wie ben ik om je dat te vertellen? Je hebt het toch afgelopen jaar zelf meegemaakt. Had je ze niet 25 keer weggebracht totdat ze het eindelijk doorkregen? Ja, de duivensport is niet meer als voorheen. Vandaag de dag krijg je als duivenliefhebber niets meer in de schoot geworpen. Voor resultaten moet hard gewerkt worden. Voor wie dat niet begrijpt of wanneer dit allemaal te veel is moet je met minder tevreden zijn. Dat kunnen velen echter niet en daardoor ontstaat een toenemende ontevredenheid.

© Toni van Ravenstein

Geschreven voor Brieftaubensport International en exclusief voor Duivenverkoop.nl in het Nederlands vertaald door Falco Ebben.

 

<< Terug

Coolbird, alles voor je duiven One Loft Racing World League Rohnfried Uw advertentie hier?

Laatste biedingen

Geen biedingen gevonden

Een losplaats aanpassen vanwege de windrichting moet niet mogen.

Stand na 368 stemmen:

Eens. (269) 73%
Oneens. (94) 26%
Weet niet/geen mening. (5) 1%

Archief